|
Teamindeling niveau 3 seizoen 2009/2010
|
|
|
|
Trainers
|
|
|
Basale spelregels
Jeugd niveau 3 (8 tot 9 jaar)
Het spel wordt gespeeld door 4 spelers met een minibal in een veld met de afmeting 6 x 4,5 meter (1/3 volleybalveld) waarbij de hoogte van het net (in het midden) 2,00 meter is.
Maximaal kunnen er twee wisselspelers ingezet worden.
De beginbal mag vanuit elke plaats in het veld onderhands worden geserveerd waarbij het net bij de service mag worden geraakt. Elke keer als iemand de bal over het net gooit draait de hele groep een plaats door. Wanneer iemand de bal op de grond laat vallen, uit gooit of in het net gooit verlaat hij / zij het veld. Dit geldt ook als er door de tegenstander gescoord wordt doordat de bal op de grond in het veld valt. De dichtst-bijzijnde speler moet dan het veld verlaten (bij twijfel wordt deze aangewezen door de begeleider). Als je het veld verlaat neem je plaats op de bank in de volgorde van wie het eerst het veld heeft verlaten et cetera.
Fout is als de bal vanuit de nek wordt gegooid, van onder de kin wordt weggestoten of via een slingerworp wordt gegooien.
Als een medespeler de bal onderarms opspeelt en deze wordt gevangen door een ander teamgenoot, mag degene die het langst eruit is, er weer in. De laatste speler in het veld mag de bal onderhands spelen en daarna zelf opvangen; hierna komt er ook een teamgenoot terug in het veld. Indien een speler een bal onderarms opspeelt en deze is prima te vangen dan verlaat de speler het veld die de bal had kunnen vangen. Als er nog maar 2 spelers in het veld staan wissel je telkens van plaats als jou ploeg gooit. Er mag overigens niet met de bal worden gelopen. Als in het veld van de tegenstander geen speler meer aanwezig is, krijg je een punt.
Leerdoelen : goede verplaatsing om de bal onderarms te kunnen spelen, waarbij lopen en shuffle (aansluitpassen) de meest geëigende bewegingen zijn, het kunnen spelen van de bal zowel voor als naast het lichaam.
|